Ga naar de inhoud
Home » Korte Verhalen » De Spelavond des Onheil

De Spelavond des Onheil

Het was een van die avonden waarin de lucht, zwaar en dreigend, als een voorbode van onheil boven de stad hing. Een groep vrienden, vergaderd in een vervallen herenhuis dat zelden werd betreden sinds de vorige eeuw, besloot de sinistere sfeer te negeren en zich te vermaken met een bordspelavond.

In het dichte donker van het groezelige salon, waar het stof dik op de boekenplanken lag en spinnenwebben als gordijnen hingen, stonden ze rond een oud, met kaarsvet bedruipt tafeltje. De kaarsvlammetjes flakkerden spookachtig, werpend lange schaduwen die leven leken te hebben, dansende geesten op de wanden.

“Die oude tafel ziet eruit alsof hij direct uit een ‘Haunted House’ komt,” grapte Mark, terwijl zijn hand zich uitstrekte om het deck kaarten op te pakken. Zijn glimlach verdween echter toen hij in de ogen van zijn vrienden keek; hun gezichten waren bleek, als het koud marmer van een verlaten mausoleum.

“Kom op, laten we beginnen,” zei Emma met een nerveuze lach. Ze hadden besloten Monopoly te spelen, denkend dat een klassieke keuze de omringende dreiging zou verdrijven. Ze hadden evenwel mis dat dit spel vaak leidt tot “de dood van de vriendschap,” aldus Max.

Amper een uur later was de sfeer grimmig. De Monopolybord was een slagveld geworden – banken leken huizen te reanimeren die lang geleden waren bezweken aan de vergetelheid. Woorden werden scherper, stemmen harder, en het huis leek met elke nòg geplaatste hotel, nìg onheilspellender te worden.

“Ik zweer het je, Emma, je hebt vals gespeeld!” riep Sarah; haar ogen flikkerden kwaadaardig, als die van de illustere Black Cat. Het was duidelijk dat deze beschuldiging als parasiet aan het wankele vertrouwen lijmde die eens de vriendschap had gesteund.

De woordenearmdruk van deze avond nam een onverwachte wending toen een onverwachte windvlaag kaarsen doofde en het salon verduisterde als een scène recht uit “The Pit and the Pendulum”. De angst greep hen allen aan: hadden ze met hun intense emoties misschien geesten opgeroepen?

Edwin, doorgaans de rustigste van het gezelschap, begon hysterisch te lachen, alsof het de echo’s waren van duizend verloren zielen; zijn lachen werd onderbroken door de woorden: “We zijn verdoemd!” Zijn ogen staken wanhoop en waanzin uit, zoals die van de verteller in “The Tell-Tale Heart”.

De groep probeerde enige mate van kalmte te herwinnen en de kaarsen opnieuw aan te steken, maar hun handen trilden te veel. Buiten klonk de regen nu gewelddadig, alsof de druppels bloed van een nachtmerrieachtige hemel vielen. De oude mechanische klok in de hoek sloeg midden in al deze chaos twaalf uur, resulterend in een donder die leek als de doemingkreet van een metropool in verval.

“Het is gewoon een spel,” sprak Anna alsof de woorden enige troost konden bieden. “Let’s not lose our heads over it.”

Maar voor ze haar zin kon afmaken, struikelde Mark over een niet geziene obstacle en viel hij onhandig tegen de tafel, het bord met zijn stukjes zoals de gevallen riddertjes zorgde voor een grote ommekeer, alles in wanorde brengend terwijl de schaduwen van de kaarsen onrustig flakkerden, alsof ze zelf probeerden weg te rennen van deze waanzin.

De vrienden verlieten uiteindelijk – gegeseld door een sombere, benauwende sfeer – het salon. De gezamenlijke dynamiek van hun band had een onomkeerbare transformatie doorgemaakt. Eenmaal buiten, keek Emma terug naar het oude huis, waarvan het donkerder leek dan ooit tevoren, gevraagd of het niet zelf wel een ongezien spel met hen had gespeeld.

Deel op social media